EREGAST

  • BRAFA 2019 / Gilbert & George

    Left: Beard Mad, 2016, Gilbert & George, image courtesy Gilbert & George, White Cube and Albert Baronian
    Right: Early morning. The Artists set out for breakfast at Jeff’s Café in nearby Brune Street. Seated are the Artist’s friends George Crompton and Tara McKerr. Image courtesy Gilbert & George and White Cube.


    BRAFA is proud to welcome this year the internationally renowned duo Gilbert & George. Having started out as performance artists, they became famous for their large-scale photo pieces. These are often in very bright colours with superimposed black gridlines evoking the windows of yesteryear. The images are contemporary and immediately recognisable, with most placing portraits of both artists in the picture. Although their art draws inspiration from (their) daily life, the vision they offer is in turns metaphysical, mystical, or polemical, but always with a touch of humour and conveying a message. At Brafa they will present five recent large-scale works that will be placed at various spots throughout the fair. Their quirky vision of the world is sure to be a hit in the land of surrealism!
    Read More | View Video

  • BRAFA 2018 / CHRISTO

    Left: Christo in his studio with Three Store Fronts, New York City, 1966. Photo Ferdinand Boesch
    Right: Christo in his studio with a preparatory drawing for The Mastaba, New York City, 2012. Photo Wolfgang Volz


    Brafa 2018 heeft de grote eer een van de beroemdste en meest toonaangevende namen uit de hedendaagse kunst te verwelkomen: Christo. Hij werkte zij aan zij met zijn vrouw Jeanne-Claude. Het onafscheidelijke duo verwierf faam met de verpakking van historische monumenten en installaties in de open lucht op grote schaal. Op Brafa zal een historisch werk uit de jaren 60 te zien zijn..

    Het werk dat Christo speciaal voor Brafa heeft gekozen, heet Three Store Fronts (1965-1966). Deze sculptuur werd voor het eerst geïnstalleerd in het Stedelijk Van Abbemuseum in Eindhoven in Nederland. In 2001 was het te zien op de tentoonstelling Christo and Jeanne-Claude: Early Works, 1958-1969 in het Martin-Gropius-Bau in Berlijn. Met een lengte van meer dan 14 m en een hoogte van 2,5 m is dit het grootste werk dat ooit op Brafa werd tentoongesteld.

    Lees meer

  • BRAFA 2017 / HOMMAGE AAN JULIO LE PARC, VOORLOPER VAN DE OP-ART EN DE KINETISCHE KUNST


    Le Parc werd geboren in 1928 in Argentinië en geldt als de voorloper van de op-art en de kinetische kunst. Hij is stichtend lid van G.R.A.V. (Groupe de Recherche d’Art Visuel) en won in 1966 de internationale grote prijs voor de schilderkunst op de Biënnale van Venetië. Julio Le Parc is een geëngageerd kunstenaar en een man uit één stuk.

    Zijn overvloedige en veelvormige werk is volledig doordrongen van een zoekende en experimentele ingesteldheid. Het verkent het visuele veld, beweging en licht, alsook de relatie tussen het kunstwerk en de toeschouwer.

    Het eerbetoon van Brafa omvat vier kunstwerken, die een strategische plek krijgen op de beurs: een Continuel Mobile van grote afmetingen uit 1963 in de hoofdingang van de beurs; een acryl op doek, Surface couleur (1970), in het midden van de beurshal; en tot slot twee Sphères, met een diameter van 2,10 meter, in elke patio aan het uiteinde van de gangpaden. Deze kunstwerken zullen prachtig opgaan in het algemene decor van de beurs, dat in het teken van de kinetische kunst zal staan.

    Lees meer

  • BRAFA 2016 / FLORALIËN GENT

    BRAFA is verheugd om de Floraliën Gent als eregast voor 2016 aan te kondigen.
    FLORALIËN GENT 2016
    22.04 > 01.05.2016

    BLOEMEN & PLANTEN IN DIALOOG MET UNIEKE STADSLOCATIES
    In de lente van 2016 krijgt Gent er met de Floraliën Gent een nieuw, bruisend stadsfestival bij: 10 dagen lang palmen bloemen & planten, florale kunst, inspiratietuinen en kunstinstallaties het Gentse kunstenkwartier in.

    De allereerste bloemen- en plantententoonstelling vond plaats in 1808, in een Gentse herberg, en maakte sindsdien een spectaculaire groei en evolutie door. In 2016 trekken de Floraliën voor hun 35ste editie weg uit de hallen van Flanders expo en keren ze terug naar de stad Gent met een bruisend bloemen- en plantenfestival: op 4 sites van het kunstenkwartier (de Bijlokesite, de Leopoldskazerne, het Sint-Pietersplein en het Citadelpark) gaan nationale en internationale topfloristen, siertelers, tuinarchitecten en kunstenaars telkens vanuit een andere invalshoek in dialoog met unieke en prestigieuze stadslocaties. Met creaties van wereldniveau op alle 4 de sites en prikkelende groene en florale pop-up accenten op het parcours biedt het event een onvergetelijke groen-beleving in de stad. Deze gloednieuwe editie besteedt bovendien voor de eerste keer sinds haar ontstaan speciale aandacht aan de integratie en interpretatie van bloemen en planten in moderne kunstinstallaties. De Floraliën zijn er dan ook trots op als eregast aanwezig te kunnen zijn op de toonaangevende Brussels Art Fair 2016: beide eclectische events dragen topkwaliteit en authenticiteit hoog in het vaandel.

    Bezoek de Floraliën 2016 in een exclusief kader
    De Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde (KMLP), organisatie achter Floraliën Gent, nodigt u van harte uit om in april 2016 het resultaat van deze intense interactie tussen architectuur en groen in Gent te komen bewonderen. Liefhebbers bieden we de mogelijkheid om met een 2-daags deluxe VIP-arrangement dit uitzonderlijk cultureel evenement met internationale allure bij te wonen in een prachtig, all-inclusive kader. Inclusief bezoek aan een Gentse kunstgalerij. Meer informatie over het arrangement via Christel De Cock Christel De Cock (christel.decock@floralien.be) or of Frédéric De Backer (info@viparrangementen.com).

    Een voorsmaakje van Floraliën 2016 op Brafa
    Maar voor het zover is, trakteren de Floraliën het Brafa-publiek deze winter alvast op een voorsmaakje. Ter ere van de toonaangevende kunst- en antiekbeurs creëert topbloemist Mark Colle enkele prachtige winterse florale creaties in de hallen van Tour & Taxis. De kleurrijke zwevende bloemeninstallatie aan de inkom met rode bessen en tropische bloemen in pittige kleuren vormt het pronkstuk. Dynamiek en transparantie: dat zijn de sleutelwoorden.

    FLORALIËN GENT 2016:
    PRAKTISCH
    Wanneer: van vrijdag 22 april t/m zondag 1 mei 2016, telkens van 8u00 tot 22u00 (laatste toegang om 21u00)
    Waar: Kunstenkwartier Gent (Bijlokesite, Leopoldskazerne, Sint-Pietersplein en Citadelpark).
    Meer info: www.floralien.be/en

  • BRAFA 2015 / DE BELGISCHE VERZAMELAAR, DOOR DE KONING BOUDEWIJN STICHTING

    René Magritte, La fée ignorante ou portrait d’Anne-Marie (detail), painting of the Gillion Crowet collection. © Charly Herscovici, with his kind authorization – c/o SABAM-ADAGP, 2011, Photo : Vincent Everarts

    De Koning Boudewijnstichting brengt op vraag van BRAFA , voor haar 60ste editie, een presentatie ter ere van “de Belgische verzamelaar”.
    Ter gelegenheid van haar 60ste editie wil BRAFA “de Belgische verzamelaar” in de kijker plaatsen. De kunst- en antiekbeurs breekt op die manier met de traditie om een museum of culturele instelling uit te nodigen en draagt haar editie dit jaar op aan de Belgische verzamelaars, die ze wil bedanken voor hun jarenlange trouw. Vandaar dat ze aan de Koning Boudewijnstichting heeft gevraagd om een aantal Belgische privécollecties te selecteren en voor te stellen, met diversiteit en kwaliteit als uitgangspunt.

    Zo kan de bezoeker kennismaken met oude en moderne schilderijen, edelsmeedkunst, primitieve kunst, decoratieve kunst en oude tekeningen. Stuk voor stuk topwerken, van onder meer Van Dyck, Jordaens, Sam Francis of Paul Delvaux, die nog nooit of slechts heel af en toe tentoongesteld werden. Ze zijn de “ambassadeurs” van een tiental verzamelingen die met passie en veel liefde voor ons erfgoed zijn samengesteld.

    De Stichting koos daarbij collecties die de eigenaar volledig of gedeeltelijk voor de toekomst veilig wil stellen, in musea of in andere vormen, in België of in het buitenland.

    Verzamelaars zijn immers al sinds jaar en dag begaan met ons patrimonium, en spelen sinds de 19de eeuw een belangrijke rol bij de overdracht ervan. Heel wat openbare collecties ontstonden dan ook dankzij privéschenkingen. Vaak namen publieke instanties hun rol over, vooral voor educatieve doeleinden. Vanaf dat ogenblik zien we twee soorten collecties ontstaan: publieke verzamelingen, met wetenschappelijk oogmerk, en privéverzamelingen, die de persoonlijkheid en de leefwereld van de verzamelaar illustreren. Vandaag zien we opnieuw een toenadering tussen beide types collecties. Daarbij doen publieke verzamelingen steeds vaker een beroep op privéverzamelaars om het verhaal dat ze ons, via tijdelijke of permanente tentoonstellingen, willen vertellen aan te vullen.

    BRAFA en de Koning Boudewijnstichting bedanken van harte de verzamelaars die bereid zijn om mee te werken aan dit project. België wordt vaak als een typisch verzamelaarsland beschouwd. De presentatie wil de BRAFA-bezoekers dan ook een extra genoegen verschaffen en een inspiratiebron zijn voor iedereen die een waardevolle kunstcollectie wil samenstellen.

  • BRAFA 2014 / KONINKLIJK MUSEUM VOOR MIDDEN-AFRIKA

    De 'Merkwaardige collecties' van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika @ BRAFA
    Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika is dit jaar eregast op Brafa. Het dankt de organisatoren voor dit privilege en stelt graag bij deze gelegenheid enkele 'Merkwaardige collecties' voor.

    Het KMMA is een van de mooiste en meest fascinerende instellingen gewijd aan Afrika. Het geklasseerde koloniale gebouw stelt collecties tentoon die uniek zijn in de wereld, zowel wat betreft natuur- als menswetenschappen. Verder is het KMMA ook een onderzoeksinstelling met talrijke wetenschappelijke projecten in Afrika.

    Op 1 december 2013 sloot het museum zijn deuren voor een grondige renovatie, die drie jaar in beslag zal nemen. Het gebouw dateert van 1910 en ademt nog steeds een unieke charme uit. De permanente tentoonstelling en de infrastructuur moeten echter worden aangepast aan de noden van een modern museum. Het KMMA staat voor de grote uitdaging de instelling om te toveren tot een instituut met uitstraling op wereldschaal, dat onderzoek doet over het Afrika van vandaag, dat aantrekkelijk en dynamisch is en tegelijkertijd de charme van zijn zalen weet te behouden. De collecties vormen hierbij een brug tussen het museum en zijn publiek.

    Het museum trakteert het Brafa-publiek op exclusieve ontmoetingen rond zijn collecties. Enkele hiervan hebben mee het museum naam gegeven en andere – daarom niet minder bekend – hebben het beeld dat we van Afrika hebben mee vorm gegeven. Enkele geselecteerde thema’s worden zo geïllustreerd door stukken uit de collecties. Het zijn niet noodzakelijk de meest bekende stukken die worden tentoongesteld, maar eerder objecten of specimens waarvan de plastische kwaliteiten een diepe indruk nalaten, die de aandacht trekken en het publiek niet onberoerd laten door hun merkwaardige en zeldzame karakter en door de geschiedenis achter het stuk.

    Guido Gryseels
    General Director

  • BRAFA 2013 / KONINKLIJKE MUNTSCHOUWBURG, BRUSSEL

    Royal Opera House De Munt
    De Munt is verheugd eregast te zijn op de Brafa 2013. Het is een uitstekende gelegenheid om nogmaals te tonen in welke mate opera een kunstvorm is die voor iedereen toegankelijk is en rechtstreeks in contact staat met de wereld.

    In 2013 bestaat de Koninklijke Muntschouwburg precies 50 jaar in zijn huidige vorm van Nationale Opera van België. Ons huis, dat vandaag bekendstaat onder de naam De Munt | La Monnaie, is een uithangbord voor het federale België en is ook het operahuis van de Europese hoofdstad, Brussel. Bovendien is de Munt ook een belangrijke speler binnen het internationale operacircuit, met producties die doorgaans sterk bejubeld worden in de gespecialiseerde pers. De Munt is dan ook een uitgelezen culturele vitrine en een ambassadeur van ons land in Europa. Hiervan getuigt ook de titel ‘Operahuis van het jaar’, die het in 2011-2012 mocht ontvangen.

    Het was dan ook logisch dat de Brafa en de Munt gingen samenwerken. Beide instellingen hebben immers als uitdrukkelijke wens en taak om de kunst te herwaarderen, te vrijwaren en aan het publiek voor te stellen, met aandacht voor het belang van de creatie, en de schoonheid van de werken.

    De Munt, speerpunt van traditie en vernieuwing, kwaliteit en knowhow, bruist van activiteit met meer dan 400 permanente medewerkers en gasten (dirigenten, zangers, regisseurs, scenografen) die onvermoeibaar werken aan de herontdekking van het operarepertoire door gewaagde en geëngageerde interpretaties te brengen voor het publiek van vandaag.

    Dit publiek, met interesse voor kunst – zowel oude als hedendaagse kunst – is hetzelfde publiek dat we ook in talrijk op de Brafa aantreffen: zowel op de Brafa als in de Munt worden de kwaliteit en de diversiteit van het aanbod immers gewaarborgd.

    2013 is ook het jaar van drie grote operacomponisten: Benjamin Britten, die 100 jaar geleden werd geboren, en Giuseppe Verdi en Richard Wagner, die allebei 200 jaar geleden werden geboren. De Munt, symbool bij uitstek van opera in België, is er dan ook trots op aanwezig te zijn op deze editie van de Brafa.

    Naar aanleiding hiervan nodigen we u eerst uit in de ruimte die speciaal voor de Munt wordt voorbehouden, om er kennis te maken met de luster van Charles Kaisin: zijn Pteron bestaat uit zo’n 2000 duiven van origami in goudkleurig papier. Dit kunstwerk, geïnspireerd op de grote oude luster aan het plafond van de zaal van de Munt, ontstond dankzij het plooiwerk van vele handen in de gevangenis van Sint-Gillis in Brussel. Door hem in beweging te brengen, komt deze indrukwekkende zwevende installatie tot leven, licht vervormt de luster tot een abstract, gefragmenteerd landschap, dat bij elk zuchtje wind begint te schitteren… Deze Pteron is voor Charles Kaisin het symbool van vrijheid, vrede en verfijning.

    De installatie Pteron wordt vriendelijk ter beschikking gesteld door de heer en mevrouw Amaury de Solages, van Maison Particulière.

    Met de steun van de Mecenassen van de Munt:
    De heer en mevrouw Daniel Lebard
    De heer Roberto Polo
    De heer en mevrouw Alain Mallart
    De heer en mevrouw Erol Kandiyoti
    De heer en mevrouw Hans C. Schwab
    De heer en mevrouw Gilles Silberman

    De Munt nodigt u tijdens de Brafa bovendien uit om een ‘Muntparcours’ te volgen. Algemeen directeur Peter de Caluwe selecteerde een tiental werken die in het verlengde liggen van het thema van dit seizoen: ‘Verlangen, geheim & breekbaarheid’. Hierin wordt via de kunst, en dan in het bijzonder de opera, een poging gedaan om de menselijke passies in al hun aspecten, complexiteit en tegenstellingen in kaart te brengen…. Al die verwarrende gevoelens die we bij onszelf en de andere ontdekken, en die ons ertoe verplichten ons vragen te stellen bij onze identiteit. Elke dag om 14u staat er bij de stand van de Munt een gids tot uw beschikking om u te begeleiden op dit parcours van emoties...

    Tot slot is de Munt ook blij u binnen haar muren te mogen ontvangen voor een rondleiding door het theater en de ateliers: u kunt er met eigen ogen de verschillende beroepen ontdekken die bijdragen tot de transformatie van een operapartituur tot een totaalkunstwerk. Tijdens de Brafa zijn er elke dag om 17u rondleidingen gepland in de Munt.

    Uiteraard kan niets de opera-ervaring op het podium vervangen. De Munt lanceerde dan ook een uitzonderlijke samenwerking met de Brafa: de bezoekers van de beurs hebben recht op een voorkeurstarief voor de productie van Manon Lescaut van Giacomo Puccini (van 24 januari tot 8 februari). Bovendien krijgen ze de kans om een halfseizoensabonnement aan te kopen ‘Cadeauabonnement’, met vier voorstellingen: twee opera’s (La Dispute en Così fan tutte; of Lucrezia Borgia en Pelléas et Mélisande), de opera in concert Roméo et Juliette en een concert of recital naar keuze.

    La Brafa et la Monnaie vous souhaitent une année 2013 hautement artistique !

  • BRAFA 2012 / KONING BOUDEWIJNSTICHTING

    Koning Boudewijnstichting zet zich 25 jaar in voor ons erfgoed!
    Het Erfgoedfonds van de Koning Boudewijnstichting viert zijn 25-jarig bestaan in stijl als eregast op BRAFA'12! Het Fonds maakt van deze unieke gelegenheid gebruik om zijn topstukken uit de collectie gezamenlijk tentoon te stellen. De gepresenteerde stuks zijn slechts een greep uit de verzameling, maar zijn een mooie weerspiegeling van de kwaliteit en de verscheidenheid die de collectie rijk is.

    Doorheen de jaren is het Fonds erin geslaagd, mede door de talrijke schenkingen, een waardevolle collectie uit te bouwen van bijna 7.000 kunstwerken en 6 archieffondsen. De verzameling omvat o.m. meubelen van Victor Horta, Gustave Serrurier-Bovy, Jacques Dupuis; tekeningen van Lambert Lombard, Christian Dotremont; schilderijen van Jacob Jordaens, James Ensor, Félicien Rops, Louis Van Lint, Bram van Velde, Fernand Khnopff; juwelen van Philippe Wolfers, Henry van de Velde; sculpturen van Artus Quelinus, Michiel van der Voort, enz. Alle kunstwerken werden toevertrouwd aan 20 openbare instellingen in het land en zijn zodoende publiek toegankelijk.

    Sinds zijn oprichting 25 jaar geleden, groeide het Erfgoedfonds uit tot een van de hoofdrolspelers op het erfgoedterrein. Naast het behoud en het publiek toegankelijk maken, wordt het Fonds steeds meer geconsulteerd als tussenpersoon om initiatieven tot het behoud van ons erfgoed te vergemakkelijken. In samenwerking met het Centrum voor Filantropie van de Koning Boudewijnstichting, begeleidt het Fonds mecenassen bij de realisatie van hun wensen door het uitwerken van soepele en duurzame oplossingen.

    25 jaar ten dienste van ons erfgoed, een taak die het Fonds graag ter harte neemt!
    Onze dank gaat uit naar de organisatie van de antiekbeurs en allen die onze passie en zorg voor erfgoed ondersteunen.

  • BRAFA 2011 / EREGAST: MUSEUM MAYER VAN DEN BERGH, ANTWERPEN

    Wat één man verzamelen kan !
    Het Museum Mayer van den Bergh is gewijd aan de schitterende kunstcollectie die Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) bijeenbracht. De verzameling, ondergebracht in een neogotisch huis uit het begin van de 20e eeuw, bevat meer dan 3000 kunstvoorwerpen: waardevolle schilderijen – waaronder de bekende Dulle Griet van Pieter Bruegel de Oude – prachtig middeleeuws beeldhouwwerk, verfijnd ivoorsnijwerk, verluchte manuscripten – zoals het bijzondere Breviarium Mayer van den Bergh – maar ook toegepaste kunsten.

    Het museum opende zijn deuren in 1904, drie jaar na de vroegtijdige dood van Fritz Mayer. Dat het er kwam, is de verdienste van zijn moeder Henriëtte van den Bergh. Zij liet het gebouw optrekken en schonk het samen met de collectie in 1906 aan een Raad van Regenten. Sinds 1956 maakt het Museum Mayer van den Bergh deel uit van de Stedelijke Musea Antwerpen.

    Als eregast van BRAFA 2011 stelt het Museum Mayer van den Bergh uitzonderlijk een twintigtal kunstwerken buiten zijn muren tentoon. De selectie is een weerspiegeling van de verscheidenheid van de verzameling. Naast een intimistische Aanbidding van de herders van Jacob Jordaens en een antikwiserende Maria-Magdalena van Jan Gossaert vallen vooral de levensgrote portretten van de familie Vekemans op, een unieke reeks van vijf portretten van een gefortuneerde Antwerpse zakenman met zijn echtgenote en drie van zijn vier kinderen, geschilderd omstreeks 1624 door de befaamde portretschilder Cornelis de Vos.

    Uit de uitgebreide collectie beeldhouwkunst van de 12de tot de 18de eeuw werd onder meer gekozen voor een 14de-eeuwse marmeren engel uit een Frans atelier en twee wondermooie eikenhouten engelen uit de omgeving van Rogier van der Weyden, aangevuld met twee schattige putti van de 18de-eeuwse beeldhouwer Walter Pompe.

  • BRAFA 2010 / DE MUSEA VAN DE STAD LUIK

    In juni 1939 verkocht het Derde Rijk via Galerie Fischer in Luzern 125 meesterwerken van de moderne kunst uit Duitse openbare kunstcollecties. De reden? Het betrof zogenaamde "ontaarde" kunst, die niet beantwoordde aan de nazistische ideologie en esthetiek. In enkele weken tijd brachten talloze verzamelaars en ook enkele steden de nodige fondsen samen voor de aankoop van de kunstwerken. Onder die steden bevonden zich onder meer Bazel, Lintz, Harvard, Parijs en ... Luik.

    Met 1.000.000 frank (waarvan er slechts 100.000 frank werd uitgegeven!) kocht de stad Luik negen unieke schilderijen van Picasso, Chagall, Gauguin, Franz Marc, Oscar Kokoschka, Max Liebermann, Marie Laurencin, Jules Pascin en Ensor.

    Heel uitzonderlijk en voor het eerst stelt Luik, waarvan de musea eregast zijn tijdens BRAFA – editie 2010, acht van de negen kunstwerken tentoon die de stad indertijd in Luzern verwierf. Het toeval wil dat "De maskers en de dood" van James Ensor tijdens BRAFA de affiche vormt van de overzichtstentoonstelling van de Oostendse schilder in het Parijse Musée d'Orsay. Dat schilderij zal er bijgevolg niet bij zijn.

    Speciaal voor de tentoonstelling wordt een prestigieuze stand gebouwd in het kader van het competentiemecenaat van Galère BAM. Die onderneming was de algemene aannemer van het faraonische bouwproject Grand Curtius, het vlaggenschip van de Luikse musea, dat in maart 2009 werd ingehuldigd.

    De uitzonderlijke presentatie van de Luikse kunstwerken uit de verkoop van Luzern op BRAFA is een voorafschaduwing van de grootschalige tentoonstelling "Les Poubelles du Reich", die het nieuwe Centre International d'Art et de Culture zal inhuldigen. Dat nieuwe kunstencentrum ent zich op het huidige Musée d'Art Moderne et d'Art contemporain (MAMAC) in het Parc de la Boverie in Luik en zal de stad op de kaart van de grote internationale tentoonstellingen plaatsen. Het toekomstige centrum vloeit voort uit een nieuwe architecturale visie op het prachtige bestaande gebouw, waar de wereldtentoonstelling van 1905 plaatsvond. De belangrijke verbouwingswerken gaan van start in 2011 en worden mogelijk gemaakt door het Europese fonds EFRO.

    Met dit initiatief wil de directie van de Luikse musea het publiek, kunstliefhebbers, verzamelaars, conservators en mecenassen warm maken voor deze ambitieuze en dure tentoonstelling, die momenteel in volle voorbereiding is.

    LA VENTE DE LUCERNE ET LES ACHATS DE PARIS

    Extrait tiré « Des Mécènes pour Liège » par Pierre Henrion, Liège, 1998.

    Dès le début des années '30, les dirigeants du Parti nazi se montrent hostiles aux recherches des avant-gardistes artistiques. Quand, en 1933, Adolf Hitler est nommé chancelier, une véritable campagne de « désinformation » est mise sur pied afin de déprécier les créations dites « dégénérées ». C'est surtout l'expressionnisme qui est visé. Dans la seconde moitié de la décennie, une commission dirigée par Ziegler et patronnée par Goebbels est chargée de collecter dans les musées allemands les pièces qui ne correspondent pas à l'esthétique officielle du Parti. Plusieurs milliers d'œuvres sont détruites. D'autres sont cédées, comme les 114 pièces mises en vente à la Galerie Fischer de Lucerne en juin 1939.

    Grâce à Jules Bosmant, Liège est représentée à la vente de Lucerne. La critique d'art parvient en effet à y intéresser l'échevin libéral Auguste Buisseret qui, quant à lui, convainc un groupe de mécènes de participer à l'opération. Ce groupe, constitué sous le nom d'Amis des Musées liégeois, est représenté par le baron Paul de Launoit, commissaire général du Gouvernement auprès de l'Exposition internationale de l'Eau, directeur à la banque de Bruxelles et de la Société Ougrée-Marihaye, et de Louis Lepage, directeur de l'Azote. Jean-Paul Depaire (Les achats de Lucerne, dans Le syndrome Picasso, Liège, 1990) retrace avec beaucoup de détails toutes les étapes de notre affaire.

    Dans Souvenir d'un ancien Belge, Bosmant explique qu'en juin 1939, le Collège des Bourgmestre et Echevins de la Ville de Liège l'envoie à Lucerne afin, « par son intermédiaire, de délimiter autant que faire se pouvait, les secteurs d'intérêt de chacun, de modérer ainsi les enchères, et dès lors d'alimenter le moins possible, en devises étrangères, le trésor nazi, dont la proche utilisation faisait peu de doute ». Muni du rapport que Jules Bosmant tire de son expédition, Buisseret obtient de l'Etat une importance subvention.

    Le Conseil communal approuve à l'unanimité l'engagement de la Ville. Cette dernière contribue pour 35% à l'achat des œuvres, l'Etat à hauteur de 30% ; les mécènes assument les 35% restants et avancent la totalité des sommes nécessaires.

    La délégation liégeoise en Suisse est composée d'Auguste Buisseret, de Jacques Ochs, directeur de l'Académie et conservateur du Musée des Beaux-Arts, d'Olympe Gilbart, conseiller communal libéral et professeur d'histoire de l'art à l'Université, et d'Eugène Beaudouin, chef de division à l'administration communale et directeur du Service d'Aide aux Artistes. Ils sont accompagnés d'Emmanuel Fischer, directeur du Contentieux à l'Azote, représentant des mécènes et responsable des sommes avancées.

    Neuf tableaux sont acquis pour 109 600 francs suisses auxquels s'ajoutent les 15% de frais prévus, ce qui donne 126 040 francs suisses, soit 834 952 francs belges. C'est l'achat le plus important jamais réalisé à Liège. Toutes les peintures sont des chefs-d'œuvre d'artistes à l'époque déjà célèbres et dont la notoriété ne s'est depuis ternie en aucune manière. Ce sont les fleurons du Musée d'Art moderne et d'Art contemporain : La famille Soler de Pablo Picasso, Le Sorcier d'Hiva-Oa de Paul Gauguin, Les masques et la mort de James Ensor, Monte-Carlo d'Oskar Kokoschka, La maison bleue de Marc Chagall, Portrait de jeune fille de Marie Laurencin, Le déjeuner de Jules Pascin, Le cavalier sur la plage de Max Liebermann et Les chevaux bleus de Franz Marc.

    L'examen des budgets de la Ville de Liège entre 1939 et 1946 montre une dépense totale de 355 361,65 francs pour les « achats de Lucerne ». La même somme a été offerte par les « Amis des Musées liégeois ». Quant à l'Etat belge, il a versé un montant total de 310 460 francs. Cette distribution correspond à celle prévue à l'origine.

    L'ensemble des apports s'élève donc à 1 021 183,30 francs soit 186 231 francs de plus que le coût des tableaux de Lucerne. Cette somme est en fait consacrée à des achats d'œuvres à Paris. Bien des marchands et collectionneurs y sont, à la fin des années '30, prêts à négocier à très bon prix. Le 1er août 1939, Ochs, Buisseret et Gilbart sont dans la capitale française et, le 11 août, La Meuse annonce l'achat de neuf tableaux. Il s'agit de Fleurs de Maurice Vlaminck, Le moulin de la Galette de Maurice Utrillo, Ecluse du moulin de Bouchardon d'Armand Guillaumin, Château de Comblaz de Paul Signac, Projet de vitrail de Marcel Gromaire, Violoniste de Kees Van Dongen, Coquillages de James Ensor, Nu d'Alexandre Picart Ledoux et Port d'Anvers 1906 d'Othon Friese.

  • BRAFA 2009 / GERALD WATELET

    Gerald Watelet

  • BRAFA 2008 / UITZONDERLIJKE TENTOONSTELLING VAN EEN PAAR 15DE EEUWSE DOORNIKSE WANDTAPIJTEN VAN DE PRINSEN DORIA PAMPHILJ, VOORSTELLENDE 'DE GESCHIEDENIS VAN ALEXANDER DE GROTE'

    De twee wandtapijten met de Geschiedenis van Alexander de Grote uit de collectie van de Prinsen Doria Pamphilj uit het Palazzo del Principe in Genua getuigen van een uitzonderlijke kwaliteit, zowel in compositie en tekening als in weeftechniek en kleurenpalet. Ze behoren ongetwijfeld tot de mooiste voorbeelden van de 15de eeuwse wandtapijtkunst die tot op vandaag bewaard zijn gebleven.

    Het eerste wandtapijt illustreert de jeugd van Alexander, waarin hij ondermeer zijn wilde hengst Bucephalus temt en zijn eerste militaire overwinningen als jonge prins behaalt. Dit eerste weefsel uit de tweedelige reeks wordt afgesloten met de kroning van Alexander door zijn vader op het sterfbed.

    Het verhaal vervolgt op het tweede wandtapijt waarbij Alexander samen met zijn troepen een oosterse stad verovert. Zijn verdere avonturen verlopen fabelachtiger: in een kooi gehesen door griffioenen, verkent hij de hemel. Vervolgens daalt hij in een glazen vat naar de zeebodem, om tenslotte temidden van wildemannen en draken het einde van de wereld te verkennen. De rijke kostuums en de wapenrusting van Alexander's troepen zijn kenmerkend voor de Bourgondische periode en contrasteren sterk met de ruwe voorstelling van de oosterlingen met hun lange baarden.

    Zo waren beide wandtapijten, die samen een monumentaal gesloten geheel van circa 20 meter lang vormen, hoogstwaarschijnlijk in het bezit van Admiraal Andrea Doria, die de vloot van Keizer Karel aanvoerde in zijn onophoudelijke strijd tegen de Turken op de Middellandse Zee.

    De wandtapijten verkeerden in zeer slechte staat en waren heel moeilijk leesbaar.
    Dankzij de financiële steun van de Antiekbeurs van België werden deze stukken gerestaureerd door de Koninklijke Manufactuur De Wit in Mechelen.
    Een voorzichtige reiniging en stabilisering van de weefstructuur herstelden de wandtapijten in hun oorspronkelijke uitstraling.

    Anna Rapp Buri en Monica Stucky-Schürer
    Auteurs van 'Burgundische Tapisserien', Hirmer Verlag München, 2001, referentiewerk voor 15de-eeuwse wandtapijten, en auteurs van de catalogus van de tentoonstelling.